REDERIJKERSKAMER "DE FIOLIEREN"
kamer toen katholieken waren, blijkt wel uit de wat minachtende uitdrukking "Papisten". Volgens
de notulen hielden de rederijkers zich bezig met het oefenen in een bijgelovige en afgodische
dienst, zoals het spelen van Rethorica. Ook het ontheiligen van de zondag door het kaatsen, het
bollen, het beoefenen van soortgelijke spelen in strijd met de door de overheid uitgevaardigde
verboden, vond in 's-Gravenpolder plaats tot grote ergernis van het protestantse deel der bevolking.
Wederom werd besloten de classis te vragen om te bevorderen, dat daartegen werd opgetreden.
Aan te nemen is, dat al dergelijke activiteiten tot gevolg hadden, dat op 24 januari 1673 een streng
"Naeder Ampliatie van het placcaet van policie" tegen het optreden van de kamers van rethorica en
ook andere zaken werden uitgevaardigd. Ook is duidelijk, dat de strikte naleving van de vroeger
gegeven voorschriften niet direct plaats vond. Dit blijkt uit de inleiding van genoemd stuk.
luidende:
"De Staten van den Lande ende Graeffelickheyt van Zeelandt, allen den genen die desen sullen sien
ofte hooren lesen; Saluyt: Alsoo wy bevinden dat alle onse sorge die wy van tijdt tot tijdt
aenwenden om de hoogh gaende en krijtende Sonden uyt het midden van den Volke te weeren
sulcken gewenschten succes niet en heeft als wy wel van herten wenschen en tot afweeringhe van
Godes Toorn en Grimmigheydt nootsaekelick is, insonderheyt in een tijdt, dat daer van sulcke
harde en droevige slagen over het lieve Vaderlandt gesien en soo smertelick gevoelt worden; SOO
1ST: Dat Wy na rijpe deliberatie van Rade noodighgevonden hebben daer tegens soo veel in ons
wijders te voorsien by forme van een Naerder Ampliatie van onse Politique Ordonnantie, en
vervolgens geordonneert en gestatueert soo als Wy ordonneren en statueren by desen."
Daarna volgt een zestiental artikelen met allerlei voorschriften en vooral verboden.
Artikel VIII was voor bedoelde situatie van de rederijkers van belang. Daarin werd het volgende
opgenomen:
"Alsoo wy bevinden dat niet tegenstaende onse voorgaende Placcaten daer by wy alle Comedien,
Batement en Rethorijck-speelen en generalijck alle lichtveerdige Vertooningen hebben verboden
deselve echter hier en daer in breken door Conniventie en toelatinge van eenige Magistraten in de
Steden en Ambachts-Heeren ten platten Lande: Als mede de ongeoorloofde Loteryen en
Rijffeleryen bysonderlick ten tijde van de vrye Marcten en wy daer tegens op nieuws willende
voorsien, hebben goetgevonden by desen te ordonneren, dat voortaen geen Magistraet ofte
Ambachts-Heer eenige Comedien, Batement en Rethorijck-speelen (de gepreviligeerde Kamers
ofte Gilden in de besloten Steden alleen geexcipiteert) en generalick geen lichtveerdige
Vertooningen, ongeoorlofte Loteryen en Rijffeleryen, 't zy op de vrye Marcten oft op andere tijden
en sullen mogen toe laten ofte conniveren, maer geobligeert zijn die te weeren: Op poene dat de
Magistraten inde Steden contarie doende deswegen als de overtreders van onse Placcaten sullen
worden aengesien en gehouden zijn aen ons daer over contentement te geven en de Ambachts-
Heeren ofte wel hare Schouten en Magistraten sulcx doende ofte conniverende, sullen deswegens
telkens vervallen in een boete van twaelf guldens by den Hooftofficier te executeren."
Uit de inhoud van dit artikel blijkt wel, dat het de Zeeuwse staten ernst was bij het bestrijden van de
spelen door de rederijkerskamers en het is te begrijpen, dat zij, die de naleving van dit voorschrift
voorstonden, de gelegenheid aangrepen te bevoegder plaatse daarop de aandacht te vestigen.
Op 9 mei 1673 vergaderde de kerkeraad van 's-Gravenpolder en kwam men weer aan de
onderhavige onderwerpen toe. De predikant en de ouderling Geerts Laurisse werden naar de in
Schore gebruikelijk te houden classicale vergadering afgevaardigd op de eerstvolgende woensdag
met de instructie daar bekend te maken, dat op zondag een week geleden enkele katholieken,
waaronder ook leden van de rederijkerskamer "De Fiolieren" in een "Paepsche herberge", waarvan
de ramen open stonden, kort na de tweede predikatie, dus in de namiddag, hebben zitten drinken en
tierig zijn. De zinsnede "als was het in spijt" duidt er op, dat de kerkeraad min of meer vermoedde.
39